De naam Paljas komt van de namen van beide initiatiefnemers:
Pieter ALferink en Jan Sjoukes
Korte biografie Pieter tot 1979:
Pieter (Petrus, Gerardus) Alferink kwam op 27 april 1938 in Almelo ter wereld als 4de in een gezin van 5 kinderen. Ondanks de grote leeftijds verschillen was het een hecht en harmonieus gezin. Vader zat in het kerkkoor en op zondag werd er naar licht klassieke muziek geluisterd. In het huis stond een piano en alle kinderen kregen de mogelijkheid om een muziekinstrument te bespelen. Alleen Pieter zette de pianolessen door onder het toeziende oog van zijn moeder die er op toezag dat er voldoende geoefend werd.
Pieter ging al jong vaak naar concerten en had een schriftje met handtekeningen van optredende artiesten o.a. met een handtekening van Aafje Heijnis die hij later beter zou leren kennen als de lerares van ‘zijn’ Charlotte Margiono.
Na zijn Gymnasium alfa gehaald te hebben deed hij een jaar lang een cursus muziekmanagement aan de universiteit van Manchester terwijl hij zich in het onderhoud voorzag door de toiletten van het YMCA 1 maal per dag schoon te maken.
Terug in Nederland begon hij te werken bij reclamebureau Holdert. Al vrij snel kwam hij bij het in de wereld toen toonaangevende reclamebureau J.W.Thompsen (J.W.T), wat hem een goed salaris opleverde en hem een bohemienachtige levensstijl deed aannemen. Voor JWT werkte hij o.a. 3 jaar in Frankfurt en 3 jaar in Londen. Tijdens zijn werk in Frankfurt woonde hij in een klein appartement in Wiesbaden alwaar hij bij de opera een abonnement had voor iedere avond dezelfde stoel. Terugkomend van zijn werk kon hij dus kiezen of hij naar de opera of naar huis zou gaan. Daar is de kiem gelegd voor zijn impresariaat. Terug op het kantoor in Amsterdam mocht hij in het nieuwe gebouw van JWT maandelijks concerten en tentoonstellingen (o.a. van Jan Sierhuis) organiseren. Na een paar jaar op het Amsterdamse kantoor nam hij zijn ontslag en vestigde zich als zelfstandig impresario.
Omdat contracten in de klassieke muziek vaak pas na enkele jaren geld opleverden, richtte hij zich in eerste instantie op de lichtere muziek, maakte o.a. in opdracht van zijn vriend Alfred Biolek, toen TV producer in München, een documentaire over de Nederlandse kleinkunst, en verdiende zijn geld met het management van “de Sissies” (Dorine en Gerry van der Klei) die in Duitsland een groot succes waren en met het operette paar Tamara Lund en Marco Bakker die ‘overal’ het droompaar waren voor “Die Lustige Witwe”.
Na een auto-ongeluk waarbij hij door de voorruit van een 2CV vloog was hij maanden niet in staat om het impresariaat te leiden. Toen hij weer in vorm was moest hij bijna van voren af aan weer beginnen. Hij maakte in opdracht van de Tros de Marco Bakker shows, die hem in staat stelden om internationale artiesten zoals Anneliese Rothenberger en René Kollo naar Nederland te halen en zo zijn impresariaat wat meer internationale bekendheid te geven.
Korte biografie Jan tot 1979:
Jan (Johannes, Petrus, Franciscus) Sjoukes werd op 19 november 1950 geboren toen zijn ouders, met 2 oudere zusjes, op kamers in een pension in Stad Delden woonden in afwachting van de afbouw van hun huis in Hengelo waar vader Sjoukes net een baan bij “de Zout” aangenomen had. Jan was de derde van ook 5 kinderen. Ook dit was een harmonieus gezin, maar in tegenstelling tot bij de familie Alferink, werd er niet of nauwelijks naar muziek geluisterd. In zijn herinnering hadden ze alleen platen met Schuberts “Avé Maria” door Andy Williams en voor de kerst “Silent Night” door Mahalia Jackson. Om tijdens de begrafenis van zijn broer af te spelen, kocht Jans vader platen met diens lievelingsmuziek: pianoconcert van Ravel en “Le sacre du printemps” van Stravinsky. Jan was direct gegrepen door die muziek en, als hij zich onbespied waande, dirigeerde hij deze uitvoeringen. Wel stelden zijn ouders, ze woonden toen in Zeist, hem in staat om naar alle, voor scholieren afgeprijsde, concerten in de toenmalige tent van Tivoli in Utrecht te gaan. Om pianolessen te krijgen moest hij, zoals toen gebruikelijk was, eerst 3 jaar blokfluitles volgen. Daar heeft hij na 2 jaar de brui aan gegeven.
Direct na de afsluiting van zijn HBS-B opleiding ging hij medicijnen studeren in Rotterdam. Van het geld van zijn eerste bijbaantjes kocht hij een platenspeler met platen waarop muziek van Ravel, Strawinsky, Dvorak en Grieg en van het pianoduo echtpaar Vronsky-Babin. En natuurlijk platen van zijn grote idool Nina Simone. Na ook voor zijn herexamens propedeuse gezakt te zijn moest hij de medicijnenstudie opgeven, maar wist toen direct dat hij “de horeca” in wilde. Niet de voorkeur van zijn ouders, maar zij stemden toe op voorwaarde dat hij naar de hogere hotelschool in Lausanne zou gaan. Tijdens de 3 jaar dat hij wachten moest om daar te beginnen, werkte hij een paar maanden in Hotel Figi in Zeist, deed zijn 18 maanden dienstplicht in Ede en werkte bijna een jaar bij het ouderwets sjieke hotel Astor in Parijs. Na zijn studie in Lausanne met goede cijfers afgesloten te hebben, werd hij als management trainee aangenomen in het Hilton van Amsterdam.
korte biografie Pieter en Jan vanaf 1979:
Op 20 juni 1979 leerden Pieter en Jan elkaar kennen. Nadat Pieter met veel geduld en liefde Jan “uit de kast” gehaald had, bleek deze relatie een gouden greep. Het verschil tussen de duidelijke alfa man Pieter en de geboren beta man Jan, maakte dat ze elkaar perfect aanvulden en nadat de “piketpaaltjes” gezet waren, bleek het een gelijkwaardige liefdevolle verhouding met respect voor elkaar. Vrij kort nadat Jan bij Pieter was ingetrokken in het bovenhuis van de Apollolaan 181, dat Pieter huurde en waar het impresariaat gevestigd was, hield de student die Pieters boekhouding deed ermee op en bij gebrek aan beter vroeg Pieter of Jan dat erbij wilden doen. Pieter werkte vele uren om zijn bedrijf weer op poten te zetten en te internationaliseren en Jan werkte 12 tot 14 uur per dag in het Hilton. Na een tweetal jaar kwamen ze erachter dat er iets moest gebeuren en heeft Jan, die zich toch al geen manager voelde, zijn baan bij het Hilton opgezegd en o.a. om kosten te besparen er voor gezorgd dat de vele etentjes die Pieter met artiesten in restaurants had, voortaan bij hun in de keuken plaatsvonden.
Het was nog steeds geen vetpot maar dat deerde hen beiden niet. Jan begon met “Sjoukes Thuis Tafelen” (koken bij klanten aan huis). Nu kon hij zijn agenda beter beheren en was hij voor klanten “bezet” als hij met Pieter mee wilde gaan. Pieter begon in Nederland naam te krijgen met de spectaculaire balletgala’s die hij, op artistiek gebied geholpen door Han Ebbelaar, jaren organiseerde en later met de eerste openbare meestercursus in Nederland door Elisabeth Schwarzkopf. De eerste serie in een uitverkochte Sonesta Koepelzaal en een jaar later in de bomvolle kleine zaal van het Concertgebouw. Deze laatste serie werd voor de TV opgenomen en daarna vele malen herhaald uitgezonden. De echte internationale doorbraak van het impresariaat kwam met de ontdekking van tenor Hans Peter Blochwitz. Vrij kort na hun eerste ontmoeting wist Pieter hem te laten invallen als Lenski in Onegin bij de Opera van Frankfurt waarna hij al snel bij alle grote huizen in de wereld zong en geroemde CD’s opnames maakte. Naast Cristina Deutekom, Charlotte Margiono en Hubert Delamboye (grote carrière maar nauwelijks bekend in Nederland) kwamen nu ook andere sterren naar hem toe.
In 1985 kreeg Pieter het aanbod van de eigenaresse, die snel geld nodig had, om het het pand Apollolaan 181 te kopen. Het ging hen financieel nog lang niet goed, maar “gedwongen” en vooral ook met de hulp van Jans vader, ging de koop toch door. Voor hen toen voor veel geld, maar naar de maatstaven van nu voor een appel en een ei: de grondslag van hun huidige vermogen.
Later, rond 1995 ging het hen aanmerkelijk beter en kochten ze een huis op het platteland in de buurt van Toulouse. Eerst met fax en later ook nog met internet, kon Pieter zijn impresariaat van daaruit leiden en zette Jan zijn bedrijf, als ze weer eens in Frankrijk waren, “on hold”.
Op 27 november 1996 vierde Pieter het 25-jarig jubileum van zijn impresariaat met een groots Opera-Gala in de uitverkochte grote zaal van het Concertgebouw ten bate van Cliniclowns. Het kreeg veel aandacht, waar ook de Cliniclowns heel blij mee waren, en het werd een spectaculaire happening met Pieters internationale sterren en Nederlandse zanger die, begeleidt door 2 orkesten en 2 dirigenten, aria’s, duetten en ensembles zongen. Spectaculair slot was “Bruderlein, Schwesterlein” gezongen door Thomas Quasthoff met het overdonderende koor van alle solisten. De zaal was door het dolle heen.
Jan moest zijn kookactiviteiten minderen door versleten knieën en een versleten rug (later met nieuwe knieën en een operatie verholpen) en in 2000 zijn bedrijf stopzetten waarna zijn aandacht vol op naar impresariaat ging en hij nog meer met Pieter meeging naar concerten en opera’s over de hele wereld. Kort daarna heeft Pieter zijn bedrijf overgedaan, maar bleef er nog wel een paar jaar voor werken. Het was ook in die tijd dat ze begonnen met het thuis organiseren voor zo’n 50-60 personen van hun “salons” op 5 of 6 zondagmiddagen per jaar met optredens van bv Lavinia Meijer, Rémy van Kesteren, Thomas Beijer, Karin Strobos, Alexander Warenberg, maar ook met voordrachten door o.a. Jan Brokken, Henk van Os en Annejet van der Zijl. Dit deden ze tot de Corona crisis uitbrak.
In 2018 begon Pieter een beetje te kwakkelen met zijn gezondheid, maar onderzoeken wezen niets uit. Door een kleine ingreep in het OLVG in september 2019 kwam ineens naar voren dat hij endeldarmkanker had. Op dezelfde dag constateerden ze in het OLVG ook dat Pieter de ziekte van Parkinson had. Besloten werd om eerst de kanker te lijf te gaan. Met hulp kon hij na een week al terecht bij het AvL en na een week onderzoeken begon direct de behandeling. Die was zwaar en toen ze de dag voor kerst te horen kregen dat de kanker “verdwenen was”, was Pieter geestelijk en lichamelijk aan het einde van zijn latijn, maar een opera reis naar Petersburg eind februari maakte dat hij weer helemaal opknapte. Ondanks corona was er daarna nog genoeg te doen: kleine concertjes, etentjes thuis of bij vrienden en, tussen de lockdowns door, kleine reisjes.
Inmiddels werden met pillen de uiterlijke tekenen van Parkinson zó gedempt dat buitenstaanders er niets van in de gaten hadden. In opdracht van de neuroloog moest Pieter veel gaan wandelen wat ze dan ook graag samen deden.
Op 7 september 2021 ging Jan van huis voor zijn wekelijkse bezoekje aan zijn 96 jarige stiefmoeder in Zeist en Pieter ging ‘s middags wandelen in het Beatrix park. Net terug uit Zeist kreeg Jan een telefoontje van de afdeling neurologie van het VU of hij direct wilde komen. Pieter bleek in het park met zijn achterhoofd op een muurtje te zijn gevallen en omstanders hebben toen direct 112 gebeld. Aangekomen in de VU werd Jan opgevangen door een neurologe die vertelde dat scans uitwezen dat er niets meer aan te doen was. Pieter was in coma en is 3 uur later overleden.
Besluit om de Stichting Paljas nu op te richten:
Rond 2014 begonnen Pieter en Jan zich te realiseren dat door de stijgende huizenprijzen hun vermogen aanzienlijk begon te worden en bespraken ze wat er mee gebeuren moest. In dat jaar herzagen zij hun testamenten en bepaalden dat na het overlijden van de langstlevende hun vermogen toe moest komen aan een door een overkoepelende organisatie op te richten Stichting Paljas, die het geld moest gebruiken ter bevordering van hun beider passie: de muziek
Al tijdens Pieters leven maar vooral ook daarna verrezen er twijfels of het wel een goed idee was om een overkoepelende organisatie hun nalatenschap te laten verdelen. Gesprekken met vrienden, familie en zakelijke kennissen, maakten dat Jan in augustus 2026 de knoop doorhakte, de stichting Paljas oprichtte en een nieuw testament liet opstellen waarin hun vermogen aan de stichting zou worden nagelaten. Het idee erachter is dat Jan nu aan het bestuur duidelijk richting zou kunnen geven aan wat de bedoeling van hen beiden is.
Maak jouw eigen website met JouwWeb